Door de interactie tussen eiwitten te bestuderen, kan de functie vanbepaalde genen veel sneller gevonden worden dan via het onderzoek aan het DNA. Dit blijkt uit het proefschrift van Richard Immink, medewerker van Plant Research International. Immink, die op 27 mei aanstaande hoopt te promoveren aan Wageningen Universiteit, heeft deze techniek voor het eerst bij planten toegepast, en dan nog wel op een hele eiwitfamilie, de zogenaamde MADS box eiwitten. Deze eiwitten spelen een centrale rol in de ontwikkeling van planten, doordat ze gedurende deze ontwikkeling hele groepen van genen kunnen aan- en uitschakelen. Immink toonde ook aan dat de resultaten van een gangbare onderzoektechniek met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd moeten worden.
 |
| DNA molecuuul met daaraan gebonden dimeer van MADS box eiwitten |
Veel genen worden geactiveerd door bepaalde eiwitten, die transcriptiefactoren worden genoemd. Deze eiwitten binden in de celkern aan degenen, waardoor de genen afgelezen kunnen worden (transcriptie). Bijzonder is dat een eiwitmolecuul pas aan een gen kan binden als het eerst een interactie is aangegaan met een ander eiwitmolecuul. Het vormt dan een zogenoemd dimeer. Het dimeer kan bestaan uit twee dezelfde of uit twee verschillende eiwitmoleculen.De samenstelling van een dimeer bepaalt welk gen of welke genen geactiveerd kunnen worden.
MADS box eiwitten zijn bijzondere transcriptiefactoren. Ze activeren genen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van planten. Zo zijn er MADS box eiwitten die de vorming van bloemen kunnen activeren. De MADS-box eiwitten danken hun naam aan een deel van het eiwit dat bij al deze eiwitten praktisch hetzelfde is.
Immink bestudeerde als eerste de interacties tussen deze planten-eiwitten daadwerkelijk in planten. Onderzoekers deden dat tot op heden in andere organismen, zoals in gist. Doordat de eiwitten daarbij in een heel andere omgeving bestudeerd worden, lopen onderzoekers daarbij het risico dat ze interacties missen of onterecht aantonen. Gedurende zijn onderzoek kreeg Immink de beschikking over apparatuur, die ontwikkeld is door Wageningen Universiteit waarmee een nieuwe techniek kon worden toegepast: Fluorescence Resonance Energy Transfer. Met deze techniek bevestigde Immink de interacties die hij eerder in gist had gevonden, en vond hij nog extra interacties.
Immink bewees als eerste dat dimerisatie van transcriptiefactoren plaatsvindt vóór het transport van eiwitten vanuit het cytoplasma naar de celkern. Dit betekent dat deze eiwitten altijd met z'n tweeën een celkern binnen gaan.Daar vervullen ze dan hun functie: ze binden aan bepaalde genen, waardoor dezeworden aan of uitgeschakeld.
Immink toonde aan dat de gangbare onderzoekmethode die bekend staat onder de naam overexpressie, niet altijd tot betrouwbare resultaten leidt. Bij deze methode worden genen geactiveerd op plaatsen waar het gen normaal niet aanstaat, waarna de functie van het gen bestudeerd wordt. Immink bewees dat een gen waarvan de functie op een dergelijke manier onderzocht wordt, andere genen kan blokkeren, waardoor een verkeerde functie voorspeld wordt.
Lijst nieuwsberichten 2002