Onderzoek naar welzijn bijen gebundeld

  Nieuws
  Agenda
  Dossiers
  Archief
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  2002
  Agenda
  RSS

21 mrt 2010
Onderdeel: Plant Research International

Plant Research International (PRI) en Alterra, beide onderdeel van Wageningen UR, het Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek (NCB) en European Invertebrate Survey (EIS) zijn gezamenlijk gestart met een onderzoek naar de omvang en oorzaken van de achteruitgang van honingbijen en wilde bestuivers.

Minister Verburg van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft naar aanleiding van de PRI-nota “Visie Bijenhouderij en insectenbestuiving” besloten tot steunmaatregelen. Deze steunmaatregelen bestaan uit het opstellen van een onderzoeksprogramma waarbij de samenwerking in het bijenonderzoek moet worden gebundeld.

Dit onderzoeksprogramma is eind 2009 goedgekeurd en opgesplitst in vijf verschillende werkpakketten:

  1. Kwantitatieve monitoring bijensterfte, imkerpraktijk en omgevingsfactoren, Romee van der Zee (NCB): kwantitatief verzamelen en analyseren van relevante informatie en het opzetten van een website zodat de resultaten van het onderzoeksprogramma voor de praktijk beschikbaar komen.
  2. Diagnostiek bijenziektenSjef van der Steen (PRI): gerichte diagnose, met de meest moderne methoden, van bijenziekten waarvan op grond van de monitoring (werkpakket 1) verwacht wordt dat ze belangrijk zijn. De wisselwerking tussen bijenziekten, omgeving en imkerpraktijk wordt nader onderzocht. 
  3. Nosema ceranae, Romee van der Zee (NCB), Sjef van der Steen (PRI): Er zijn hier twee werkpakketleiders omdat het over twee aparte onderzoeken gaat. NCB onderzoekt de verspreiding van Nosema ceranae op de Waddeneilanden, hoe dit verloopt en wat dit doet met Nosema apis. PRI onderzoekt het effect van voeding op het verloop van Nosema ceranae in een bijenvolk.
  4. Wilde bestuiversDavid Kleijn (Alterra): Alterra en EIS onderzoeken welke wilde bestuivers belangrijk zijn voor de Nederlandse landbouw, wat de oorzaken zijn van hun achteruitgang, of honingbijziekten hierbij een rol spelen en wat de beste beheersmaatregelen zijn. Bij dit laatste is het uiteraard van belang dat de honingbijen hiervan meeprofiteren.
  5. Varroa destructorTjeerd Blacquiere (PRI): dit is het lopende Varroa-onderzoek van PRI bijen@wur. Het is als werkpakket opgenomen in het programma om aan te geven dat het onderzoek complementair is op het onderzoek in de overige werkpakketten en dat kennisuitwisseling geborgd is.

De keuze voor vijf pakketten binnen het programma zorgt er volgens de programmamakers voor dat de beschikbare kennis en ervaring makkelijk uitgewisseld kan worden. Op die manier is de samenwerking tussen de verschillende onderzoekers gewaarborgd.

Een begeleidingscommissie die in februari is gestart, bewaakt de kwaliteit van het onderzoek. De commissie bestaat uit zowel vertegenwoordigers van het Ministerie van LNV en de Nederlandse Bijen Vereniging (NBV), als onderzoekers van Wageningen UR en de Universiteiten van Utrecht en Leeds (UK).

De verwachting is dat er na het onderzoek antwoord kan worden gegeven op het hoe en waarom van de huidige problemen in de bijenhouderij en de mogelijke oplossingen daarvoor. Het onderzoeksprogramma loopt tot 2012.



Print nieuwsbericht

Contact
Meer informatie:
Nora de Rijk, Communicatie Plant Research International
0317 - 480744
nora.derijk@wur.nl
 
Expert:
Sjef van der Steen
»  meer Contact