Insecten zijn te foppen en schadelijke schimmels en bacteriën zijn te bestrijden met andere schimmels en bacteriën. Deze biologische bestrijding is aan een opmars bezig, mede dankzij de inspanningen van Plant Research International.
Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen kan daardoor omlaag.
Gewassen hebben te lijden onder tal van levende organismen: schimmels, bacteriën of insecten. Er zijn er die aan hun wortels knagen of bijvoorbeeld via blad, vrucht of zaad de planten infecteren, waardoor die ziek worden. Toch zijn er altijd wel weer andere schimmels of bacteriën die deze plaagorganismen weer belagen. Deze belagers worden ook wel antagonisten genoemd. Deze belagers vormen de basis van biologische bestrijding: bestrijding door levende organismen. Onze onderzoekers zoeken daar gericht naar.
De zoektocht begint vaak op de plek waar ook het plaagorganisme leeft. De kans om een antagonist te vinden tegen een bodemplaag is nu eenmaal het grootst in de bodem. Vervolgens screenen de onderzoekers vele organismen op mogelijk effect. Bij de selectie kijken de onderzoekers uiteraard eerst of zo’n antagonist de plaag echt bestrijdt. Daarnaast bestuderen ze de ecologie van het organisme, bijvoorbeeld of het onder uiteenlopende omstandigheden overleeft en of het bijvoorbeeld tegen droogte kan. Is een geschikte gevonden dan moet die nog commercieel geproduceerd kunnen worden en geregistreerd worden als bestrijdingsmiddel.
Nieuwe biologische bestrijders
Deze manier van werken heeft al tot biologische bestrijders geleid die nu door het bedrijfsleven verder getoetst worden. Ook hebben onze onderzoekers samen met de wereldwijde organisatie van fabrikanten van biologische bestrijders (IBMA) een protocol – SelectBioControl genaamd – opgesteld, waarmee het onderzoek samen met het bedrijfsleven aan de slag kan als ze nieuwe biologische bestrijders willen ontwikkelen.
Voor plaaginsecten volgen de onderzoekers een andere methode, die ook helpt om het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen terug te dringen. Ze ontwikkelen signaalstoffen die insecten naar een val kunnen lokken. Aan het aantal insecten in die val is te zien of bestrijding op dat moment nodig is of niet. Daardoor spuit de boer of tuinder alleen als dat echt nodig is. Daarnaast zijn insecten via die signaalstoffen (sexferomonen) te verwarren zodat ze niet meer kunnen paren. De populatie insecten neem dan niet meer toe. Een andere mogelijkheid is dat de val een stof bevat, bijvoorbeeld een schimmel, die de insecten doodt. Dit laatste wordt nog niet in Europa toegepast.
Naar