De eigen resistentie van planten tegen insecten kan insecticiden overbodig maken. Daarvoor zijn onderzoekers van Plant Research International op zoek naar de genen die planten beschermen tegen insectenvraat. Als dat lukt zijn ook andere gewassen duurzaam resistent te maken tegen insectenvraat. De eerste stappen zijn al gezet.
Veel planten zijn uit zichzelf resistent tegen insecten. Een plant als pyrethrum verdedigt zichzelf bijvoorbeeld al miljoenen jaren met succes. Uit deze plant wordt ook de stof gewonnen die verantwoordelijk is voor die resistentie: pyrethrine, dat insecten verlamt en als insecticide in de biologische landbouw is toegestaan. Maar hoe de plant deze verdediging precies organiseert, is vrijwel onbekend. En dat is wel nodig om uiteindelijk duurzame resistentie in andere gewassen in te bouwen. Onze onderzoekers achterhalen dan ook op verschillende manieren hoe planten zichzelf verdedigen.
Zo bestuderen ze de ecologische principes van de plant pyrethrum en werken aan de isolatie van de genen die pyrethrine produceren. Verder isoleren ze genen die verantwoordelijk zijn voor de resistentie in andere planten zoals de waterpeper. De onderzoekers zijn er inmiddels in geslaagd een deel van de genen te vinden die verantwoordelijk zijn voor de pepersmaak van de waterpeper die ook insecten weghoudt.
Gedrag van insecten
Daarnaast vergelijken onze onderzoekers het gedrag van insecten op 400 verschillende Arabidopsis-planten. Van deze plant, de zandraket, is bekend dat insecten liever van de ene plant eten dan van de andere. Met een camera leggen onze onderzoekers vast of en hoe insecten overleven op de verschillende planten. Zijn er significante verschillen in gedrag, dan identificeren ze het bijbehorende gen met behulp van bioinformatica. Deze discipline benut informatie en methoden uit de genoomanalyse en statistiek om grote hoeveelheden biologische data te interpreteren. Daarna hopen ze met dezelfde methode genen te vinden bij chrysant die bladluis en trips afschrikken.
Door het gedrag van insecten te bestuderen zijn onze onderzoekers er ook achter gekomen dat inbouwen van genen in een gewas als mais of katoen (zogenaamde Bt-mais en –katoen) duurzaam kan zijn. Deze gewassen bevatten soortvreemde genen die gifstoffen produceren voor insecten. De vrees is vaak dat insecten resistent worden tegen dergelijke gifstoffen. Daarbij is echter geen rekening gehouden met het gedrag van insecten. Als geen van hun nakomelingen het overleven in een veld met Bt-gewas, zullen de nakomelingen die in andere gewassen wel overleven, de populatie gaan domineren en het Bt-gewas gaan mijden. Dit onderdrukt het optreden van resistentie.
Naar