 |
|
De aanplant van rijstplantjes |
Met minder hulpbronnen toch voldoende voedsel produceren en het milieu en de natuur ontzien. Dat is de uitdaging waar onderzoekers van Plant Research International voor staan. Daarvoor ontwikkelen ze nieuwe teeltsystemen en rekenen door wat teelttechnische en sociaal-economische consequenties zijn.
Een groot deel van de wereldbevolking heeft niet voldoende te eten. De productie is onvoldoende of is onvoldoende zeker. Bovendien zijn of worden hulpbronnen als vruchtbare grond en water schaars. Met een toenemende wereldbevolking vergroot dit de noodzaak om nieuwe teeltsystemen te introduceren, waar minder hulpbronnen bij nodig zijn of die het mogelijk maken meer te produceren of om arme gronden effectief te gebruiken.
Voor de ontwikkeling van effectievere teeltsystemen maken onze onderzoekers gebruik van kwantitatieve analyses. Ze rekenen door wat de behoefte is aan land, voedingsstoffen en water en hoeveel opbrengst je kunt verwachten in een bepaalde regio. Op basis daarvan bepalen ze of een ander teeltsysteem zinvol kan zijn.
Gewenste en ongewenste veranderingen
Verandering van teeltsystemen kan echter vergaande, gewenste en ongewenste, technische en sociaal- economische consequenties hebben. Neem de rijstteelt. Onze onderzoekers hebben laten zien dat teelt mogelijk is met de helft van het water. Hiermee is een drinkwatertekort in een regio te verhelpen of kan het bespaarde water aangewend worden om meer rijst te produceren. Echter, waar in de oorspronkelijke, natte rijstteelt vrouwen handmatig wieden, maakt de drogere teelt machinaal wieden mogelijk. En dat is een mannenwerkje. Verder moet het mindere water dat de rijst nodig heeft, er wel op het juiste moment zijn. Daardoor worden de boeren afhankelijk van instellingen die bepalen of en wanneer irrigatiewater beschikbaar komt. Al dit soort consequenties brengen onze onderzoekers in beeld, in samenwerking met andere disciplines, zodat helder wordt of de agro-technische verbeteringen in de teelt ook daadwerkelijk een verbetering voor de bevolking betekenen.
De modelmatige analyses en de praktische oplossingen ondersteunen elkaar onderling. Kwantitatieve analyses geven aan in welke richting oplossingen gezocht moeten worden, terwijl veldkennis benut wordt om de globale inzichten te vertalen in praktische oplossingen.
Naar