Planten kun je zo veredelen dat ze het ook onder minder optimale omstandigheden goed doen, bijvoorbeeld op zilte grond of met minder input van stikstof. Onderzoekers van Plant Research International zoeken naar genen die betrokken zijn bij dit soort eigenschappen van planten.
Gewassen in Nederland groeien onder optimale omstandigheden. Ze krijgen zoveel stikstof en fosfaat, zowel in de kas als op het veld, dat ze altijd genoeg hebben. Bovendien is de bodem of het groeimedium precies aangepast aan de planten.
Niet overal zijn die groeiomstandigheden zo ideaal. In niet-westerse landen komen veel arme gronden voor en in landen in het Midden-Oosten zorgt de combinatie van hoge temperaturen en weinig water voor verzilting van de grond. Ook in Nederland blijven de ideale omstandigheden mogelijk niet bestaan. Om uitspoeling van voedingsstoffen te verminderen, verplicht de overheid de landbouw de bemesting van hun planten stapsgewijs omlaag te brengen. Dat kan plaatselijk leiden tot tekorten. Ook verzilt landbouwgrond aan de kust langzaam doordat de verdamping hoger is dan de neerslag.
Rassen die groeien met weinig stikstof
Rassen die toe kunnen met minder voedingsstoffen of beter tegen zoute grond kunnen, zijn dan een uitkomst. Die maken teelt op gronden mogelijk, waar dit door tekorten aan voedingsstoffen nu nog niet te doen is. Ook kunnen Nederlandse boeren en tuinders met dergelijke rassen makkelijker voldoen aan strengere bemestingsnormen en zo de uitspoeling van stikstof en fosfaat terugdringen. Bovendien zijn nieuwe gewassen voor bijvoorbeeld de productie van bio-energie dan te telen op minder optimale gronden, waardoor ze niet hoeven concurreren met de gewassen voor voedselproductie.
Onze onderzoekers zoeken naar verschillen tussen planten in bijvoorbeeld de opname van stikstof, de benutting van stikstof of de tolerantie voor zoute grond. Dit doen ze zowel in het veld als in de kas. Vervolgens zoeken ze naar de genen die verantwoordelijk zijn voor die eigenschappen. Met die genen zelf of met moleculaire merkers, dat is een karakteristiek stukje DNA, geven ze veredelaars gereedschap in handen om zulke rassen daadwerkelijk te produceren.
In eerste instantie werken de onderzoekers aan het efficiënter gebruik van stikstof bij aardappel en spinazie. Daarnaast werken ze aan zouttolerantie bij tomaat, gerst en aardappel.
Naar: