 |
|
Resistentie tegen phytophthora: minder gebruik van chemische middelen leidt tot lagere productiekosten van de ondernemer en minder milieubelasting. |
Genen van de ene appel of aardappel overbrengen op de andere om die resistent te maken tegen ziekten. Deze vorm van genetische modificatie, cisgenese genoemd, levert hetzelfde eindproduct op als via klassieke veredeling, maar versnelt het proces vele jaren. Zo proberen onderzoekers van Plant Research International zorgvuldig gebruik te maken van de mogelijkheden van genetische modificatie.
Genetische modificatie biedt mogelijkheden die via klassieke veredeling niet of moeizaam te bereiken zijn. Zo is in kortere tijd resistentie in te bouwen tegen allerlei ziekten en plagen, waardoor boeren minder chemische middelen hoeven te spuiten. Dat spaart hen kosten, het is beter voor het milieu en tegelijk is daarmee de voedselzekerheid wereldwijd te vergroten. Voorwaarde is wel dat de genetische modificatie zorgvuldig gebeurt en dat de boeren de inzet van deze gewassen op slimme wijze combineren met andere bestrijdingstechnieken.
Dat is precies de manier waarop onze onderzoekers werken. Neem de resistentieveredeling van aardappel tegen de gevreesde ziekte Phytophthora. Hier houden ze zich bezig met wat zij resistentiemanagement noemen. Dat betekent dat onderzoekers liever meer resistentiegenen inbouwen dan één omdat één sneller doorbroken is. Maar het betekent ook dat ze boeren adviseren teelt van een resistent ras te combineren met andere maatregelen om de ziekte te onderdrukken, zoals zo nu en dan heel gericht beperkt te spuiten.
Nieuwe, specifiekere technieken
Zorgvuldig betekent ook dat onze onderzoekers luisteren naar bezwaren vanuit de maatschappij tegen genetische modificatie. Daar proberen ze aan tegemoet te komen door nieuwe technieken te ontwikkelen die heel specifiek zijn. Zo zoeken ze bij allerlei aardappelsoorten naar resistentiegenen tegen Phytophthora en bij appel naar resistentiegenen tegen schurft en zetten die over in een commercieel ras. Dit gaat dus om soorteigen genen, die ook via klassieke veredeling ingebracht kunnen worden. Deze zogenoemde cisgenese versnelt het proces alleen aanzienlijk.
Een andere techniek is om bij de modificatie eerst wel gebruik te maken van genen van bijvoorbeeld een bacterie, maar die er bij het uiteindelijke product weer uit te halen, zodat consument en milieu niet onnodig met dat type genen geconfronteerd worden. Ook werken onze onderzoekers aan methoden waarbij ze via een haast chirurgische ingreep, één allel omzetten in een ander allel, waarna de plant bijvoorbeeld resistent is tegen een bepaalde ziekte.
Juist omdat er nog steeds bezwaren bestaan tegen genetische modificatie en omdat veel mensen niet goed weten wat het inhoudt, besteden onze onderzoekers ook veel tijd aan communicatie over de technologie zelf en over de voor- en mogelijke nadelen.
Naar: