Gewasbescherming: alleen daar waar het echt nodig is

  Agrosysteemkunde
  Plant Breeding
  Biointeracties en Plantgezondheid
  Biometris
  Bioscience
  Onderzoeksfaciliteiten
  Projecten
  Duurzame productie en klimaatverandering
  Teeltsystemen ontwikkelen die toe kunnen met minder hulpbronnen
  Efficiënter gebruik van stikstof en fosfaat, zonder uitspoeling
  Minder bestrijdingsmiddelen als bodem weerbaar is tegen ziekten
  Zilte groente, zeewier en zeevis van één gemengd zilt bedrijf
  Gewassen met eigen afweer duurzaam resistent maken tegen insecten
  Planten duurzaam resistent maken via genenonderzoek
  Planten geschikt maken voor arme of zoute gronden
  Biologische bestrijding vermindert het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen
  DNA-technieken brengen ziekten en plagen exact in beeld
  Nieuwe technieken kunnen bezwaren genetische modificatie ondervangen
  Gewasbescherming: alleen daar waar het echt nodig is
  Aardappels die tegen droogte kunnen in het verschiet
  Grote oogstverliezen door virussen beperken
  Voorspellen wanneer graan gifstoffen van schimmels bevat
  Planten geschikt maken voor ander klimaat
  Exotische organismen beter herkennen
  Klimaatverandering heeft effect op het landgebruik
  Effect van klimaatverandering op genetische variatie binnen een soort
  Boeren denken na over klimaatverandering voor hun bedrijf
  Meer kans op misoogsten door ziekten en plagen als gevolg van klimaatverandering
  Gezondheid
  Groene grondstoffen
  Systeembiologie

Alleen daar maatregelen treffen waar het gewas last heeft ziekten, plagen en onkruiden en alleen op het moment dat het echt nodig is. Onderzoekers van Plant Research International ontwerpen technieken en teeltsystemen om dat mogelijk te maken.

Hoe preciezer de boer is met de bestrijding van ziekten, plagen en onkruiden, hoe beter het is: voor het milieu en voor zijn portemonnee. Dat betekent dat hij niet meer middel spuit of onkruid weg schoffelt dan nodig is, maar ook niet minder. 

Om dit te bereiken moet hij rekening houden met variaties in ruimte en in tijd. Op stukken van het perceel waar veel onkruiden staan of waar het gewas veel last heeft van een ziekte of plaag moet een boer meer doen, dan op plekken waar het gewas er nauwelijks last van heeft. Bovendien hoeft hij alleen wat te doen, spuiten, schoffelen of nog wat anders, als het gewas daadwerkelijk schade gaat lijden onder een plaag.

Hulpmiddelen voor de boer
Dat kan een boer niet alleen af. Hij heeft bijvoorbeeld speciale sensoren nodig die kunnen detecteren of het gewas voldoende voedingsstoffen heeft binnengekregen, of die tot op de centimeter nauwkeurig kunnen bepalen waar het onkruid staat. Vervolgens moet die informatie vertaald worden naar een advies over wanneer en hoeveel te spuiten. Dit kan met zogenoemde beslissingsondersteunende systemen. Met behulp van gps en andere technische hulpmiddelen kan de boer vervolgens op het veld precies op die plekken (vierkante centimeters of meters) waar dat nodig is, zijn bestrijding uitvoeren: spuiten met een bestrijdingsmiddel of mechanisch.

Een voorbeeld van een techniek waarmee veel middel te besparen is, is een sensor voorop de spuitmachine die bepaalt hoeveel bovengrondse biomassa aardappelplanten hebben. Hoe meer biomassa, hoe meer middel nodig is om ze dood te spuiten. De boer moet zijn aardappelloof doodspuiten als het gewas te veel last krijgt van de aardappelziekte Phytophthora of als hij wil oogsten. Normaliter spuit hij dan in een keer zijn gewas dood. Met de sensor voorop, die is ontwikkeld door de onderzoekers van PRI, is 30 procent minder middel nodig.

Dit voorbeeld laat zien dat de onderzoekers kennis over de biologie van de gewassen en hun belagers combineren met kennis over de technieken. Beide onderdelen zijn onontbeerlijk voor een uitgebalanceerd teeltsysteem waar boeren in de praktijk mee uit te voeten kunnen.

Naar:

  
Print deze pagina

Contact
Corné Kempenaar
Agrosysteemkunde
Visitekaartje
»  meer Contact