De paddenstoelen-onderzoekers van Plant Research International (PRI) ontwikkelen nieuwe paddenstoelenrassen via de klassieke veredeling. De onderzoekers zetten hierbij de modernste moleculair-biologische technieken in.
Via veredeling streven we resistentie tegen ziekten na en betere teelteigenschappen. De basis voor veredelingsprojecten wordt gevormd door onze collectie van schimmelstammen. Onderzoek naar de genetica van paddenstoelen vormt de basis voor de voortgang in de veredeling.
Het genoom van de champignon gaat ontrafeld worden
Internationale samenwerking
Een voorstel om het hele genoom van de champignon te sequencen is gehonoreerd door het ministerie voor Energie in de Verenigde Staten. Het zal worden uitgevoerd door de “Joint Genome Institute” in Amerika.
Deze doorbraak is bereikt nadat een internationaal consortium is gevormd van onderzoekers die met champignons werken. Dit consortium heeft een document opgesteld waarin het belang is onderbouwd om het genoom van de champignon te sequencen. In het document is gesteld dat naast de productie van paddenstoelen, de champignon en andere Agaricaceae belangrijk zijn met betrekking tot de afbraak van plantmateriaal en dus een rol kunnen spelen bij de productie van biobrandstoffen. Daarnaast kunnen Agaricaceae ook moeilijk afbreekbare stoffen omzetten in minder schadelijke stoffen of kunnen zelfs ingezet worden om zware metalen te verwijderen uit afvalstromen.
De uitdaging komt nog!
Het werk zal waarschijnlijk binnen drie jaar af zijn en dan zullen we de sequentie van de naar schatting 11.000 genen weten. Dan begint het echte werk pas omdat we van het merendeel van de genen nog niet weten welke functie ze hebben. Het gereedschap om dit te bepalen wordt echter ook met hoge snelheid ontwikkeld. Juist door de beschikbaarheid van de sequenties kan dit gereedschap worden ingezet.
Het Paddenstoelenonderzoek zal het genomisch DNA leveren van het ras Horst U1. Aangezien vrijwel alle huidige champignonrassen op dit ras zijn gebaseerd ligt het voor de hand om dit ras als start te gebruiken.
Het internationaal consortium:
Universiteit van Warwick (UK), DOE Joint Genome Institute USA, Universiteit van Bristol (UK), USDA Research aan de Universiteit van Wisconsin (USA), Southeast Missouri Staats Universiteit (USA), Clark Universiteit (USA), Sylvan Inc USA, Institut für Forstbotanik der Universität Göttingen (Duitsland), Pacific Northwest National Laboratory (USA), Public University of Navarre (Spanje), Penn State Universiteit (USA), Plant Research International Wageningen and Universiteit Utrecht.
Resistentie tegen ziekten
Wereldwijd staan voor de paddenstoelenteelt steeds minder gewasbeschermings-middelen ter beschikking. Ook overheid en consument ontmoedigen het gebruik hiervan. Om in te spelen op deze trend wordt gewerkt aan champignonrassen met een ziekteresistentie.
» Lees meer over Voorkomen van ziekten en plagen in paddenstoelen
Betere teelteigenschappen
Voorbeelden van verbeterde teelteigenschappen waaraan gewerkt wordt zijn een verkorte teeltcyclus en het verhinderen van sporenvorming.
Voorbeelden van veredelingsproducten zijn:
Collectiebeheer en identificatie
Wij beheren een grote collectie stammen van eetbare paddenstoelen en pathogenen en werken samen met buitenlandse onderzoeksinstellingen.
Paddenstoelencollectie
PRI beschikt over een uitgebreide collectie paddenstoelen Voor de ontwikkeling van nieuwe rassen. Alle stammen in de collectie zijn geïdentificeerd en worden onder optimale omstandigheden bewaard om hun eigenschappen te behouden.
De paddenstoelencollectie bestaat uit ongeveer 6000 stammen van meer dan 100 soorten. Het grootste deel van de collectie bestaat uit oesterzwammen en champignons. In de collectie is ook een grote diversiteit aan medicinale paddenstoelen opgenomen.
Bovendien bevat de collectie isolaten van schimmels en bacteriën die ziekten veroorzaken in de paddenstoelenteelt. Deze isolaten vormen een basis om snelle en gevoelige diagnostische testen te ontwikkelen voor de belangrijkste pathogenen.
De meeste stammen bewaren we op twee manieren: op agarbuizen bij 2°C, en in vloeibare stikstof (-196°C).
Een collectie is alleen bruikbaar als alle stammen goed geïdentificeerd zijn. Naast morfologische eigenschappen gebruikt PRI ook DNA-fingerprintmethoden om soorten en stammen binnen een soort te identificeren.
Een deel van de collectie bevat isolaten van gedegenereerde paddenstoelen. PRI gebruikt nu gevoelige AFLP en repetitieve sequentie-analysetechnieken om genetische afwijkingen op te sporen die geassocieerd zijn met de instabiliteit.
» Flyer: Paddestoelencollectie en kwaliteitsbehoud rassen