Verbetering van de champignonkwaliteit door toediening van calciumchloride (CaCl2)

  Publicaties PRI
  Voorbeelden van publicaties
  Publicaties Paddenstoelen
  Publicaties Bijen
  Archief publicaties PRI
  e-Nieuwsbrief Plant Life
  e-Nieuwsbrief Bijen@wur
  Plant Life, het boek
  Bibliotheek Wageningen UR

Rapport 2002-23
Auteur: P.C.C. van Loon

Samenvatting:
De kwaliteit en bewaarbaarheid van de Nederlandse champignon is vaak onderwerp van discussie. Teeltbedrijven hebben dan ook behoefte aan (teelt)maatregelen die het risico van een matige kwaliteit verminderen zonder dat dit ten koste gaat van de productie. Bekend is dat het toedienen van zouten, in het bijzonder calciumchloride (CaCl2), aan dekaarde of sproeiwater de kwaliteit van de champignons kan verbeteren.
Het Productschap Tuinbouw (PT) heeft aan het voormalige team Paddestoelen van PPO gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden om door toediening van CaCl2 de kwaliteit van champignons te verbeteren met behoud van de opbrengst.

Er zijn twee teeltproeven uitgevoerd onder semi-praktijkomstandigheden. Doel van deze proeven was om vast te stellen:

  • het effect van tijdstip van CaCl2 toedienen;
  • het effect van CaCl2 concentratie;
  • het effect van CaCl2 dosering;
  • het effect van CaCl2 in vergelijking met magnesiumchloride (MgCl2) en keukenzout (NaCl);
    op opbrengst en kwaliteit.

Met betrekking tot opbrengst is gekeken naar versgewicht, drooggewicht, en sortering. Voor de kwaliteit is vastgesteld de kleur, intern vocht, stevigheid, verwerkingsrendement en drogestofgehalte.

Het toedienen van CaCl2 via het sproeiwater leidt in de meeste gevallen tot een verlaging van de opbrengst. Dit wordt veroorzaakt door een vermindering van het aantal stuks en een vertraging in de ontwikkeling van de champignons. Door deze vertraging in de afrijping worden champignons vaak jonger geplukt. De opbrengstderving kan grotendeels gecompenseerd worden door champignons van een groter formaat te oogsten. Dit betekent wel dat er weer iets kwaliteit ingeleverd wordt doordat de champignons rijper zijn. Netto zal er toch nog een kwaliteitsverbetering overblijven door de specifieke kwaliteitsverbeterende eigenschappen van CaCl2. Het verlagen van het aantal stuks zal de plukprestatie verhogen.

Bovenstaande geldt voor CaCl2 doseringen tot ca. 100-150g CaCl2/m2. Indien hogere doseringen gebruikt worden dan zal er vrijwel altijd opbrengstderving plaatsvinden (ook als de champignons wat groter geoogst worden). Naarmate meer CaCl2 wordt toegevoegd zal namelijk de wateropname door champignons bemoeilijkt worden. Dit resulteert in een hoger droge stofgehalte maar ook in een lagere versopbrengst.

De toename van het droge stofgehalte is bij doseringen tot 200g CaCl2/m2 relatief klein. Er zijn daarom geen effecten te vinden op de stevigheid van de champignons. Hiervoor zijn hogere droge stofgehaltes nodig.

Het toevoegen van CaCl2 vermindert duidelijk het aantal champignons die uitgroeien. Deze reductie is afhankelijk van het moment van toedienen en de dosering. CaCl2 toevoegen tijdens de laatste sproeibeurt voor het afventileren heeft slechts effect op de eerste vlucht. Het is aan te bevelen om de CaCl2 te doseren tijdens de knopuitgroei van de eerste vlucht en direct na het kaalplukken van de eerste en/of tweede vlucht. Met de in deze proeven uitgevoerde behandelingen kan 5-30% reductie van het aantal champignons per vlucht bereikt worden. Het toedienen van CaCl2 tijdens de laatste sproeibeurt voor het afventileren wordt afgeraden omdat dit de knopuitgroei 1-2 dagen vertraagt. De Beelman methode, waarbij vanaf het moment van afventileren aan al het sproeiwater 3 g CaCl2 per liter wordt toegediend, geeft in het algemeen in elke vlucht minder champignons. Afhankelijk van het tijdstip van toedienen en de dosering kan CaCl2 prima gebruikt worden om de knopuitgroei te reguleren.

Het blijft onduidelijk of CaCl2 kan leiden tot een verbetering van de kleur van verse champignons. In de tweede proef lijken er wel enige aanwijzingen voor te zijn. De verschillen zijn echter dermate klein dat dit moeilijk statistisch te bewijzen is. Na bewaring zijn de behandelingen met CaCl2 wel duidelijk witter dan de controle. Behandelingen met MgCl2 (magnesiumchloride) en NaCl (keukenzout) vertonen dit verschijnsel niet. De verbeterde houdbaarheid door CaCl2 is blijkbaar geen algemeen osmotisch effect van zouten.

De lamelkleur, intern vocht en stevigheid worden niet of nauwelijks door CaCl2 beïnvloed. Wel zijn er secundaire effecten. Door het toevoegen van CaCl2 worden champignons vaak jonger geoogst. Hierdoor zullen de champignons een lichtere lamelkleur, minder intern vocht vertonen en steviger zijn. Als de champignons wat groter worden geoogst om de opbrengstreductie te compenseren, zullen deze kwaliteitsvoordelen echter weer verdwijnen.

Het verwerkingsrendement neemt duidelijk toe naarmate er meer CaCl2 wordt toegediend. Bij de behandeling met de hoogste concentratie CaCl2 (200g CaCl2/m2) is de rendementstoename ca. 2,5%. Het is waarschijnlijk dat dit wordt veroorzaakt door de toename van het droge stofgehalte. Uit de twee hier uitgevoerde proeven is gebleken dat er slechts een geringe relatie bestaat tussen rendement enerzijds en centrifugeverlies (waterverlies via centrifugatie), het droge stofgehalte en de dichtheid van de champignon anderzijds. In een eerder project is wel duidelijk een relatie gevonden tussen conserveringsrendement en het centrifugeverlies. Het verschil tussen beide projecten is waarschijnlijk veroorzaakt door het feit dat champignons van verschillende herkomst (kwaliteit) zijn gebruikt.
Opnieuw blijkt er een zeer duidelijke relatie aanwezig te zijn tussen blancheerrendement en het uiteindelijke verwerkingsrendement.

CaCl2 kan het beste worden toegepast in kleine hoeveelheden sproeiwater van ca. 1 liter/m2. Bij grotere hoeveelheden sproeiwater spoelt veel CaCl2 weg naar de onderste dekaarde laag en de compost. Voor een constante verhoging van de EC waarde in de bovenste dekaarde laag is een afnemende CaCl2 dosering tijdens de teelt gewenst.

De kwaliteit van champignons is van vele factoren afhankelijk. Het gebruik van CaCl2 kan hieraan een positieve bijdrage leveren. In dit onderzoek zijn een aantal factoren aangedragen waarmee rekening gehouden dient te worden indien gestreefd wordt naar een optimale kwaliteit en opbrengst. Tussen opbrengst en kwaliteit bestaat echter een wankel evenwicht. Door optimalisatie op praktijkbedrijven via teeltbegeleiding, oogstregistratie en aanvullende controle op de kwaliteit kan nagegaan worden op welke wijze CaCl2 het beste ingezet kan worden voor knopregulatie, kwaliteitsverbetering en verhoging van het verwerkingsrendement met behoud van de versopbrengst. De resultaten van dit onderzoek kunnen hierbij als uitgangspunt dienen. Het gebruik van CaCl2 kan zo een zinvolle bijdrage leveren aan het verbeteren van de kwaliteit.

Conclusies:

  • Het toedienen van CaCl2 aan dekaarde via het sproeiwater lijkt een perspectiefvolle teeltmaatregel om de kwaliteit van de champignons te verbeteren, de knopuitgroei te reguleren en het verwerkingsrendement te verhogen met behoud van de versopbrengst.
  • De effecten van toediening van CaCl2 op versopbrengst, knopuitgroei, houdbaarheid en verwerkingsrendement zijn redelijk voorspelbaar.
  • Tijdstip van toediening en dosering van CaCl2 zullen afgestemd moeten worden op de verschillende bedrijfstypen (pluk- en snijbedrijven).
  • Implementatie van CaCl2 gebruik vraagt nader (optimalisatie)onderzoek in samenwerking met praktijkbedrijven, bedrijfsadviesbureaus en verwerkende industrie.

Financier: Productschap Tuinbouw.
>> Vraag het volledige rapport aan bij Productschap Tuinbouw: www.tuinbouw.nl


Print deze pagina